Mijn schuld

Mijn schuld
Hoe een zelfstigma mij nog verder in mijn depressie duwde

“Het is niet mijn schuld!”, zeg ik vol verbazing, terwijl ik met mijn ergotherapeute terugloop naar de praktijk waar zij haar praktijk heeft. We waren wezen wandelen, want ze maakt zich zorgen dat ik te weinig beweeg. Terecht denk ik. Ik doe het fout. Ik doe alles fout. Ik eet ongezond, ik beweeg te weinig (niet eigenlijk), ik zorg slecht voor mijn dochter, ik onderhoud geen sociale contacten, ik werk niet, dat is heel slecht zelfs, en het is ook nog een keer allemaal mijn eigen schuld.

Het ging toch beter? Ik was net weer aan het opkrabbelen uit mijn depressie. Ik sliep veel minder, keurig volgens het slaapschema van de ergotherapeute. In plaats van de 16 uur per dag die ik voorheen maakte, sliep ik nog maar 10 uur per dag. Ik was inderdaad aan het bewegen. Wandelen weliswaar, maar toch, ik was buiten en in beweging. En de hond vond het fantastisch. Ik was weer zelf aan het koken, waar ik de eerste maanden een lieve groep moeders om mij heen had staan die vijf dagen in de week voor ons kookte, lukte het nu weer redelijk zelf. Het idee was zelfs om in september/oktober weer voorzichtig aan het werk te gaan. Terug naar mijn lieve collega’s, die allemaal zo zorgzaam en begripvol zijn.

Dat het dus weer fout ging, moest wel aan mij liggen. Ik deed het verkeerd.

Wat er mis ging? Van het ene op het andere moment was ik weer kapot. Ik sliep weer 16 uur per dag. Ik kookte niet, ik wandelde niet meer. Ik wilde alleen maar slapen. Ik voelde mij zo enorm verdrietig, wanhopig zelfs. Ik zag geen enkele uitweg meer. Het zou misschien zelfs beter zijn als ik er niet meer was. In mijn wanhoop had ik zelfs contact gezocht met de 113-hulpijn (suicide-preventielijn). Ik wilde niet dood, maar ik wilde wel dat dit stopte.

In het voorjaar van vorig jaar was ik afgebouwd met mijn antidepressiva. Van 30 mg per dag was ik gezakt naar 20 mg per dag. Keurig allemaal in overleg met en onder begeleiding van de huisarts. Dat ging heel goed, tot ik van de zomer dacht dat ik best (meer dan) full-time kon werken voor dat geweldige project waar ik mij o zo verantwoordelijk voor voelde. Na een flink aantal maanden roofbouw te hebben gepleegd op mijn lijf zakte ik rond de feestdagen in. Af was ik. Kapot. Helemaal gesloopt. De huisarts stelde een combinatie van burn-out en depressie vast en verhoogde weer mijn medicatie naar 30 mg en langzaam begon ik op te krabbelen.

Tot ik vorige maand merkte dat ik teveel medicatie slikte. Ik bleek in plaats van 3 maal 10 mg, 3 maal 20 mg te slikken. Ander doosje, nieuwe verpakking, en de apotheek dacht dat ik 20 mg per dag slikte, niet 30 en dus kreeg ik tabletjes van 20 mg waar ik om gevraagd had bij de online bestelling. Al anderhalve week slikte ik teveel, rekende ik terug. Precies de periode dat ik weer helemaal kapot was, wanhopig werd en aan zelfmoord dacht.

Goed, terug naar de ergotherapeute. Natuurlijk was het mijn schuld. Ik had toch gewoon door kunnen bikkelen, ondanks de verkeerde pillen? Of ik had gewoon beter moeten opletten. Nee zegt de lieve Bep, natuurlijk is dat niet jouw schuld. Als er al eens schuldige is, dan is dat de apotheek. Maar zeker niet jouw schuld. Ik dacht na. Ze had gelijk. Het was mijn schuld niet. Als ik zelf in een herstelgroep zo’n verhaal hoorde, was mijn eerste reactie altijd: “wat zou je tegen een vriendin zeggen die dit overkwam? Waarom oordeel je zo hard over jezelf, als je dat over een ander ook niet zou doen?” Prompt oordeelde ik over mijzelf: “zie je wel, zelfs dat doe je fout, je kunt niet eens een beetje lief zijn voor jezelf!” Nu was het weer mijn schuld dat het niet mijn schuld was. Zucht. En zo kun je in een vicieuze cirkel belanden waarbij het eeuwig mijn eigen schuld is.

Mooie constatering dus vandaag, dit was een enorm zelfstigma! Maar hoe kom ik daar nu uit?

Dan kom ik toch terug op het mantra van mijn haptotherapeut: “Lief zijn voor jezelf, Annetje.” Dat zegt Astrid altijd als ik weer eens zo hard over mijzelf oordeel. “Wees wat zachter voor jezelf." Het hoeft niet perfect. En dat is het. Zelfs het knokken tegen mijn depressie moet ik perfect doen. Zelfs dan moet ik precies doen wat er van mij verwacht wordt. Of beter gezegd, wat ik denk dat er van mij verwacht wordt. Want er wordt niet zoveel van mij verwacht. Het enige wat mijn vrienden, familie, collega’s en therapeuten van mij verwachten is dat ik wat liever ben voor mijzelf.
Dus dat ga ik de komende tijd dan maar eens doen.